Dr. Phil-dieet
Het Dr. Phil-dieet werd uitgevonden door de Amerikaanse psycholoog dr. Phil, bekend van de tv-shows van de Amerikaanse ster Oprah Winfrey en van zijn eigen shows. Het Dr. Phil-dieet is eigenlijk geen echt dieet, maar meer een denk- en levenswijze.
Het dieet richt zich niet op snel afvallen, maar op langzaam en op een rustige manier gewicht verliezen. Je moet je hoeveelheden matigen, maar niets is echt verboden. Je werkt eerder op de lange termijn dan op de korte.
Dr. Phil wil je als het ware ‘wakker schudden’ zodat je jezelf een gezondere levensstijl aanmeet. Het boek waarin hij het dieet uit de doeken doet, is ‘Voel je goed in je lijf’ of ‘The Ultimate Weight Solution’. De nadruk ligt op voedsel met veel vezels, complexe koolhydraten, gezonde vetten en mager vlees.
Zeven sleutels
Dr. Phil maakt gebruik van zeven sleutels:
1. Denk juist
2. Verwerk je gevoelend
3. Vermijd verleidingen
4. Controleer je omgeving en je voedsel
5. Zeg nee tegen slechte en ja tegen goede voeding
6. Beweeg met een doel
7. Zoek steun in je omgeving
Driestappenplan
Om tot een ideaal gewicht te komen, kun je best het driestappenplan volgen:
1. De eerste twee weken leer je hoe je je calorie-inname kunt beperken, hoe je op lange termijn moet werken en hoe op de korte termijn.
2. De ontwikkeling van een beter metabolisme
3. Levenslang je ideale gewicht behouden
Ziekenhuisdieet
Het ziekenhuisdieet, ook wel 5 dagen-dieet genoemd, is een vetarm dieet, dat vooral gericht is op mensen die op korte tijd (bv. vlak voor een operatie) een aantal kilo’s moeten afvallen. Het is dus geen dieet voor de lange termijn.
’s Ochtends eet je altijd hetzelfde:
• 1 sinaasappel of grapefruit
• 1 beschuit of 1 geroosterde boterham
• koffie of thee (zonder melk en suiker)
Maandag
’s middags
• 1 sinaasappel of 1 grapefruit
• 1 ei
• 2 bekers yoghurt
• 2 beschuitjes of geroosterde boterhammen
’s avonds
• 2 tomaten
• 2 eieren
• ½ krop sla (met eventueel klein beetje olie, azijn en zout)
• 1 beker yoghurt
• 2 beschuitjes of geroosterde boterhammen
Dinsdag
’s middags
• 1 sinaasappel of 1 grapefruit
• 1 ei
• 2 bekers yoghurt
• 2 beschuitjes of geroosterde boterhammen
’s avonds
• 1 tartaartje (=100% rundsvlees, gegrild)
• 1 tomaat
• 1 sinaasappel of grapefruit
• 1 beschuit of 1 geroosterde boterham
• 1 beker yoghurt
Woensdag
’s middags
• 1 sinaasappel of 1 grapefruit
• 1 ei
• 2 bekers yoghurt
• 2 beschuitjes of geroosterde boterhammen
’s avonds
• 125 gram biefstuk of rosbief
• 1 sinaasappel of grapefruit
• 1 beschuit of 1 geroosterde boterham
• 1 beker yoghurt
Donderdag
’s middags
• 125 gram kwark
• 1 tomaat
• 1 zure augurk
• 1 beschuit of 1 geroosterde boterham
’s avonds
• 1 tartaartje (gegrild)
• 2 tomaten
• 1 appel
• 1 beschuit of 1 geroosterde boterham
Vrijdag
’s middags
• 200 gram vis
• 1 tomaat
• 1 beschuit of geroosterde boterham
’s avonds
• ½ krop sla (met eventueel klein beetje olie, azijn en zout)
• 1 ei
• 1 tomaat
Wat is een liposuctie?
Een liposuctie of een liposculptuur is een chirurgische ingreep waarbij onderhuids overtollig vet verwijderd wordt. Het is een van de meest voorkomende plastische chirurgische ingrepen.
Een liposuctie verwijdert ongewenste vetophopingen door onderhuids vet weg te zuigen. Meestal gaat het om plaatselijke ophopingen van vet bij personen die over het algemeen niet echt zwaarlijvig zijn.
De ingreep is niet bedoeld voor het verminderen van overgewicht. Als je te dik bent en een liposuctie wilt ondergaan, kun je best eerst vermageren. Alle lichaamsdelen komen voor een liposuctie in aanmerking: dijen, heupen, buik, armen, hals, rug, knieën, kuiten, enz.
De resultaten van een liposuctie zijn blijvend. Door middel van een liposuctie worden immers alle vetcellen verwijderd. Na de ingreep maakt het lichaam geen nieuwe cellen meer aan.
Operatie
Met kleine buisjes worden via kleine incisies de onderhuidse vetophopingen weggezogen. Er bestaan ook andere technieken, waarbij men gebruik maakt van geluidsgolven (ultrasonen) en mechanische trillingen (vibro-liposculptuur) om de zuigbuizen gemakkelijker door de weefsels te laten glijden.
Een van de voorwaarden om de operatie te kunnen ondergaan is dat de huid er voldoende elastisch voor is. Als de huid niet elastisch is en de patiënt last heeft van cellulitis of sinaasappelhuid , kan men wel kiezen voor een dermolipectomie, het wegsnijden van vet. Het grote nadeel is dat er dan lange littekens achterblijven.
Na de ingreep moet je vier tot zes weken lang elastische onderkleding dragen, om de huid goed op de onderlaag te laten kleven.
Bijwerkingen
Na de operatie is de huid gezwollen en gevoelig. Soms zijn er verhardingen, die pas weken of maanden na de ingreep verdwijnen. De huid kan ook tijdelijk gevoelloos worden.
Het definitieve resultaat van de liposuctie wordt pas echt duidelijk zes tot negen maanden na de ingreep.
South Beach-dieet
Het South Beach-dieet is een dieet dat berust op de principes van goede koolhydraten en goede vetten. De bedenker van het dieet is de Amerikaanse cardioloog Agatston, die aan zijn patiënten een goed dieet wilde voorschrijven. Agatston zelf beschrijft zijn dieet niet louter als een dieet maar als een ‘levenswijze’.
De principes van het South Beach-dieet berusten op het vermijden van verzadigde vetten en de inname van goede koolhydraten. In tegenstelling tot een dieet als het Atkinsdieet wordt het gebruik van koolhydraten niet beperkt, alleen het gebruik van slechte koolhydraten.
Goede en slechte koolhydraten
Goede koolhydraten vind je in vezelrijk en ongeraffineerd voedsel, zoals zilvervliesrijst, bruin brood en volkorenpasta. Slechte koolhydraten vind je in vezelarm, geraffineerd voedsel zoals wit brood, witte rijst, gewone pasta, snoep, gebak en frisdrank.
Goede en slechte vetten
Goede vetten of onverzadigde vetten vind je vooral in visolie (omega 3-vetzuren) en plantaardige olie (bv. olijfolie). Slechte vetten zijn verzadigde vetten, of transvetten (bv. in varkensvet en roomboter).
Het dieet bestaat uit drie fasen.
Eerste fase
De eerste fase van het dieet duurt twee weken. Deze fase is de ontwenningsfase. Je leert voedingsmiddelen met veel geraffineerde koolhydraten te vermijden. Je mag bijvoorbeeld geen fruit, brood, rijst en zuivelproducten eten. Je eet vooral mager vlees, magere vis, groente, magere kaas en magere melk. In deze fase eet je veel eiwitten, vetten en goede koolhydraten, zodat je je bloedsuiker onder controle krijgt en een verzadigd gevoel krijgt. Tijdens de eerste fase valt men gemiddeld 3 à 6 kilo af.
Tweede fase
In de tweede fase val je af aan een tempo van 0,5 à 1 kilo per week. Geleidelijk aan mag je producten met ‘goede koolhydraten’ aan je voedsel toevoegen. Tot die etenswaren behoren onder meer fruit en volkorenproducten, rijst en zelfs pure chocolade.
Derde fase
In deze fase ga je je gewicht stabiliseren en om zo een jojo-effect te voorkomen. In feite mag je nu alles eten, maar de basis blijft mager vlees en veel groenten, gecombineerd met fruit en volkorenproducten. Deze fase zou je je hele leven moeten volhouden.
Over het algemeen wordt het South Beach-dieet beschouwd als een gezonde manier om gewicht te verliezen en te beheersen. Je valt af, verlaagt je je cholesterol en vermindert je de risico’s op hart- en vaatziekten.
Wat is anorexia nervosa?
Anorexia nervosa is een ernstige eetstoornis. Iemand die aan anorexia nervosa lijdt, heeft een vervormd beeld van het eigen lichaam en probeert uit alle macht af te vallen.
Anorexia-patiënten zijn als het ware verslaafd aan afvallen. Ze zijn geobsedeerd door alles wat te maken heeft met gewicht. Ze tellen calorieën en piekeren voortdurend over wat ze wel of niet mogen eten. Mensen met anorexia hebben wel honger, maar proberen dit gevoel te onderdrukken.
Sommige patiënten hebben last van eetbuien, maar raken later het eten weer kwijt door over te geven, laxeermiddelen, plaspillen of andere middeltjes te gebruiken. Veel patiënten dwingen zichzelf ook nog tot overmatige lichaamsbeweging, om op die manier nog meer gewicht te verliezen.
De patiënten worden mager, maar blijven zichzelf als dik beschouwen. Anorexiapatiënten proberen hun eetgedrag en lichamelijke problemen vaak voor anderen verborgen te houden. Zo wordt het erg moeilijk om hen te helpen.
Anorexia nervosa leidt tot enorme sociale, emotionele en lichamelijke problemen. Mensen met anorexia trekken zich vaak terug, maken ruzie met familie en vrienden en laten zich niet gemakkelijk helpen. De ondervoeding leidt tot tal van lichamelijke klachten. In een vergevorderd stadium kunnen slachtoffers van de aandoening zelfs eraan sterven.
Wie krijgt het?
Anorexia nervosa komt vooral voor bij jonge mensen. In bijna 90% van de gevallen gaat het om meisjes. Vaak gaat het om gevoelige mensen, die zich veel zorgen maken over wat andere mensen van hen denken. Ze hebben vaak een enorme angst om te falen en willen door niet te eten aan zichzelf bewijzen dat ze wel iets kunnen.
Symptomen
• Gewichtsafname, steeds minder eten
• Laag zelfbeeld, gevoel van nutteloosheid, depressie
• Chronische vermoeidheid
• Onregelmatige of volledig uitblijvende menstruatie
• Het snel koud hebben
• Slechte stoelgang
• Slaapproblemen
• Strakke dagindeling, controle
• Koude voeten en handen
• Lichamelijke gevolgen: haaruitval, aantasting van het gebit, botafbraak, enz.
• Misselijkheid, hoofdpijn
• …
Behandeling
Hoe eerder de aandoening vastgesteld wordt, hoe groter de kans op genezing. Het is enorm moeilijk de ziekte zelf onder controle te krijgen. Daarom kan een slachtoffer best in therapie gaan. Er zijn verschillende mogelijkheden op vlak van therapie.
1 dag-dieet
Het 1 dag-dieet is, zoals de naam al verklapt, een dieet voor één dag. Het dieet belooft dat je er op 1 dag 1 à 2 kilo mee zult kwijtspelen, als je je netjes aan het schema houdt. Ideaal voor als je een afspraakje hebt of naar een feestje moet en je nog snel beetje wilt afvallen.
Het 1 dag-dieet is ook ideaal als balansdag na een dag dat je heel veel hebt gegeten of de dag voordat je veel gaat eten. Je kunt het dieet best niet langer dan een dag volgen, anders krijg je niet genoeg voedingsstoffen binnen.
’s Morgens: Drink ’s morgens twee glazen water, daarna nog 1 glas om het uur. Als ontbijt mag je een potje magere yoghurt eten met een kop koffie of thee. Rond 10 uur mag je een stuk licht verteerbaar fruit nemen.
’s Middags: Eet ’s middags een potje magere yoghurt en combineer het met 2 koppen thee of koffie (zonder suiker!). Blijf om het uur een glas water drinken. Als vieruurtje mag je nog een vrucht eten.
’s Avonds: Eet een potje magere yoghurt, gecombineerd met twee koppen thee of koffie zonder suiker.
Detox-dieet
Het detox-dieet, uitgevonden door dokter Paula Baille-Hamilton, draait om de reiniging van het lichaam van afvalstoffen (toxines). Detox is een afkorting voor detoxificatie of ontgiften.
In lichaamsvet worden allerlei schadelijke stoffen opgeslagen, zoals PCB’s, pesticiden en zware metalen. Die schoppen de stofwisseling in de war, waardoor de vetvoorraad in het lichaam niet meer goed verbrand wordt.
Door in een korte periode veel af te vallen, wordt volgens de principes van het detox-dieet het probleem juist nog erger. Het detox-dieet wil in de eerste plaats het natuurlijke mechanisme om op het juiste gewicht te blijven, herstellen.
Het ontgiften van het lichaam gebeurt door het eten van voedingsmiddelen met veel vitaminen, antioxidanten en bouwstoffen. Daarbij moet je voedingssupplementen slikken. Water en vezelrijke voedingswaren bevorderen de werking van de darmen en de urinelozing. Zo kunnen de giftige stoffen uiteindelijk via de urine het lichaam verlaten.
Chemische calorieën moet je zoveel mogelijk vermijden, door biologische groenten en fruit te eten en weinig dierlijke vetten te verbruiken. Verder is ook lichaamsbeweging belangrijk.
Er bestaan veel verschillende detox-diëten. De meeste zijn diëten op korte termijn. Een detox-dieet mag niet door iedereen gevolgd worden. Zo beginnen zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, diabetespatiënten, kankerpatiënten, personen met een lage bloeddruk, enz. er beter niet aan.
Wel eten
• Vers fruit
• Verse groenten (vooral broccoli, bloemkool, knoflook, ui,, bieten en rode en groene groenten)
• Rijst (bruine of basmatisrijst) en rijstproducten
• Granen
• Peulvruchten (linzen, erwten, bonen, kikkererwten, enz.)
• Noten en zaden (ongezouten: walnoten, amandelen, zonnebloempitten, sesamzaad, pompoenpitten, enz). Best geen pindanoten
• Olijfolie
• Kruiden en specerijen
• Kruidenthee (cafeïnevrij) of groene thee
• Water, verse fruit- en groentesappen
Niet eten
• Geraffineerde suiker, sucrose, dextrose, glucosestroop, artificiële zoetstoffen, enz
• Alcohol
• Chocolade
• Zuivelproducten
• Gist
• Vetrijke producten
• Koffie, zwarte thee en andere cafeïnehoudende dranken
• Granen die gluten bevatten (rogge, gerst,spelt)
• Tarweproducten
Bijwerkingen
Begin rustig, want de eerste dagen kunnen best moeilijk zijn. Plots stoppen met cafeïne en suiker kan hoofdpijn veroorzaken. Andere bijwerkingen zijn: vermoeidheid, acné, gewichtsverlies en honger.
Hoe pak je het sporten best aan?
Je bent van plan op dieet te gaan en daarbij ook meer aan lichaamsbeweging te doen, maar je weet niet goed hoe je het moet aanpakken? Volgende tips kunnen je daarbij helpen.
Kies een sport waarbij je de grote spiergroepen moet gebruiken.
Dit zijn alle sporten waarbij je jezelf moet voortbewegen, zoals lopen of zwemmen. Met deze sporten zul je de meeste calorieën verbranden.
Sport niet teveel
Als je te intensief gaat sporten, loop je meer risico op blessures en spierpijn, waardoor je het sneller gaat opgeven. Je lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen aan meer fysieke activiteit. Probeer elke dag ongeveer een halfuur te sporten en voeg er wekelijks 10 minuten bij, tenzij je al een ervaren sporter bent natuurlijk.
Geef je helemaal
Het is goed je van tijd tot tijd een paar minuten helemaal te geven. Intensieve lichaamsbeweging stimuleert de productie van het groeihormoon en de vetverbranding.
Wissel af
Voorkom dat het sporten een sleur wordt door voldoende afwisseling in te bouwen. Kies verschillende sporten uit die je goed liggen en die je niet snel beu geraakt.
Sport samen
Ga samen met een vriend of vriendin sporten. Zo maak je het sporten gezelliger en voorkom je dat je het snel opgeeft. Je wilt immers niet voor elkaar onderdoen.
Kleine beetjes helpen
Niet alleen de grote inspanningen leiden uiteindelijk tot gewichtsverlies, ook de kleine beetjes helpen. Neem dus eens de trap in plaats van de lift, neem de fiets naar de bakker of maak een extra wandeling met je hond. Het gaat hier om kleine aanpassingen, die in ieders leven te integreren zijn.
Beweeg tijdens je werk
Als je een baan hebt waarbij veel fysieke activiteit komt kijken, dan is het minder nodig om daarbij veel te sporten of te bewegen. Maar als je aan een bureau zit en weinig beweegt, kun je toch proberen een beetje fysieke activiteit in te lassen. Zet je printer bijvoorbeeld een eindje weg van je bureau of loop eens tot bij een collega in plaats van een mailtje te sturen.
Train je spieren
Train je spieren, bijvoorbeeld door gewichten te heffen. Hoe meer spieren je hebt, hoe meer vet je lichaam gaat verbranden.
Mythe: ‘Roken houdt je slank’
Veel jonge meisjes beginnen maar om een reden te roken: ze willen gewicht verliezen. Maar klopt dit wel? Zorgt de sigaret er echt voor dat je slank blijft?
Roken zorgt er in een eerste fase inderdaad voor dat je slank blijft. Roken verhoogt immers de stofwisseling. Als je rookt, komen er extra gifstoffen in het lichaam. Om die gifstoffen af te voeren, verbruikt je lichaam energie. Daarbij komt dat roken het hongergevoel onderdrukt. Rokers hebben in principe dus minder vaak zin om te snoepen.
Maar na een tijdje went je lichaam aan het roken. Daardoor zal je stofwisseling stabiliseren en wordt je hongergevoel uiteindelijk terug sterker. Roken houdt je dus eigenlijk niet slank en is daarenboven uiterst schadelijk voor de gezondheid!
Wat het idee dat je van roken slank wordt ook in de hand werkt, is dat veel mensen dikker worden als ze stoppen met roken. Om de rookverslaving te compenseren, zoeken rokers vaak hun heil in iets anders. Vaak gaan ze dus meer snoepen dan voorheen. Het eetlustremmende effect van roken verdwijnt bij het stoppen, waardoor rokers ook sneller zin gaan krijgen om iets te eten.
Slaapapneu
Slaapapneu is een slaapstoornis waarbij de patiënt tijdens zijn slaap meerdere keren minstens 10 seconden stopt met ademen. Als die ademstilstanden meer dan 30 keer per nacht voorkomen, spreken we van een slaapapneusyndroom.
De ademstilstanden duren minstens 10 seconden, maar kunnen oplopen tot 1 à 2 minuten. 90% van de patiënten zijn mannen. Meestal gaat het om mannen van middelbare leeftijd met overgewicht, maar ook mensen met normaal gewicht kunnen slaapapneu hebben.
Symptomen
• Hevig snurken
• Regelmatig wakker worden met een schok
• Permanente vermoeidheid tijdens de dag
• Ochtendhoofdpijn
• Geïrriteerdheid, concentratiestoornissen
• Nachtzweten
• Vaak moeten plassen ’s nachts
Gevolgen
Naast de gevolgen op korte termijn (slaperigheid, oververmoeidheid, concentratiestoornissen), kan slaapapneu op lange termijn zware gevolgen hebben voor het lichaam. Zo werkt de aandoening ademhalingsinsufficiëntie, verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten (hartritmestoornissen, hartkrampen, hartinfarct, enz.) in de hand.
Soorten
Er bestaan twee verschillende soorten slaapapneu:
• Obstructieve slaapapneu: de meest voorkomende vorm. Wordt veroorzaakt door een vernauwing van de keelholte. Sommige mensen hebben een kleinere keelholte of een verslapte keelwand, zodat de keel gemakkelijker toevalt. Bij zwaarlijvigheid kan een toegenomen vetmassa tot een vernauwing van de keel leiden.
• Centrale slaapapneu: ten gevolge van een neurologische afwijking. De hersenen sturen in dit geval geen prikkel meer door naar de ademhalingsspieren.
Behandeling
Als je vermoedt dat je lijdt aan het slaapapneusyndroom, raadpleeg dan een dokter. Hij zal je in veel gevallen doorverwijzen naar een gespecialiseerd slaapcentrum. Waarschijnlijk zul je een nacht in de slaapkliniek moeten doorbrengen, zodat artsen een slaapregistratie kunnen uitvoeren en de diagnose stellen.
Bij een licht obstructieve slaapapneu volstaan meestal al enkele aanpassingen in de levensstijl, zoals gewichtsverlies, stoppen met alcohol of met roken en geen kalmeer- of slaapmiddelen gebruiken.
Een ernstig slaapapneusyndroom wordt behandeld met nCPAP-therapie. ‘nCPAP’ staat voor ‘nasal continuous positive airway pressure’ of voortdurende positieve druk in de luchtwegen. Het nCPAP-apparaat (neusmasker) zorgt voor overdruk tijdens het ademen, waardoor de keel tijdens de ademhaling niet snel dichtvalt.
Een slaapapneu kan, net zoals snurken, in veel gevallen behandeld worden door middel van een kleine operatieve ingreep aan de keel.
